Het ras

Rasstandaard van de Dalmatische hond

Van alle hondenrassen die door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied zijn erkend is een standaard opgesteld. Zo'n standaard dient als leidraad voor fokkers en keurmeesters. Het is als ware een ideaalbeeld, waar de honden van het betreffende ras aan zouden moeten voldoen. Bij sommige rassen is men al zover dat er honden worden gefokt die praktisch aan het ideaal voldoen, bij andere rassen is men daar nog ver van verwijderd.

Nederlandse naam Dalmatische hond

Engelse naam : Dalmatian

Duitse naam : Dalmatiner

Bijnaam : Rijst met krentenhond

FCI – classificatie : Groep 6, Lopende honden en Zweethonden

Gemiddelde leeftijd : 12 jaar

Herkomst : Kroatië of het Middellandse zeegebied.

Algemeen voorkomen : De Dalmatische hond is een opvallend gevlekte, sterke, gespierde en levendige hond. Hij heeft een symmetrische belijning, is niet grof of plomp en is in staat om hard te lopen met een groot uithoudingsvermogen.

Gedrag en karakter : Aangenaam karakter, vriendelijk, niet schuw of terughoudend en vrij van nervositeit en agressie.
 


Hoofd en schedel : Het hoofd is van goede lengte. De schedel is vlak, tussen de oren het breedst en aan de slapen goed gevormd. Het hoofd moet een duidelijke, maar niet overdreven stop hebben. Rimpels zijn ongewenst. De snuit is lang en krachtig en mag niet spits toelopen. De neus is zwart of bruin, afhankelijk van de kleur van de vlekken.

Mond en gebit : Krachtige kaken en een regelmatig, compleet schaargebit. De lippen moeten de kaak nauw omsluiten ener niet overheen hangen.

Ogen : De ogen staan middelmatig uit elkaar en zijn van middelmatige grootte, rond, helder en sprankelend, met een intelligente uitdrukking. Bij zwart gevlekte honden moeten de ogen donker zijn, bij bruingevlekte honden barnsteenkleurig. De oog omranding is gesloten, zwart of bruin afhankelijk van de kleur van de vlekken.

Oren : De oren zijn hoog aangezet, van gemiddelde grootte en tamelijk breed bij de aanzet. Ze worden dicht tegen het hoofd gedragen en geleidelijk smaller tot een afgeronde punt. Ze zijn dun en fijn van structuur en goed bevlekt.

Hals : De hals moet middelmatig lang zijn, niet zwaar en met een goede welving. Hij moet naar het hoofd toe smaller worden en geheel zonder keelhuid zijn.

Lichaam   De borst moet diep en ruim zijn. De ribben zijn goed gewelfd en de schoft goed gevormd. De rug is krachtig en recht. De lendenen zijn sterk gespierd en licht gewelfd.
 


Staart : Deze reikt ongeveer tot het spronggewricht, is breed bij de aanzet, geleidelijk versmallend naar het uiteinde en niet grof. De staart moet noch te laag, noch te hoog zijn aangezet. Hij mag licht opwaarts gebogen zijn, maar in geen geval gekruld. Vlekken zijn gewenst.

Ledematen : De schouders moeten lichtelijk schuin, welgevormd en gespierd zijn. De ellebogen moeten dicht tegen het lichaam aanliggen. De voorbenen zijn helemaal recht, sterk en voorzien van goed bot. De benen moeten soepel zijn.

Achterhand : De spieren zijn sterk ontwikkeld en goed zichtbaar. De kniegewrichten zijn goed gehoekt, de spronggewrichten licht gebogen. Van achteren gezien zijn de benen parallel.

Voeten : Rond, stevig, met goed gebogen tenen (katvoeten) en ronde voetzolen die dik en veerkrachtig zijn. De nagels zijn zwart of wit bij zwartgevlekte honden en bruin of wit bij bruingevlekte honden.

Gangwerk : Grote bewegingsvrijheid. Een harmonisch, krachtig en ritmisch gangwerk met uitgrijpende pas. Van achteren gezien bewegen de benen parallel, de achterhand volgt het spoor van de voorhand. Korte passen en maaiende bewegingen zijn fout.

Vacht : De vacht is kort, hard, dicht, glad en glanzend.

Kleur : De grondkleur is helder wit. Diepzwarte vlekken bij zwartgevlekte honden, leverkleurige bij bruingevlekte. De vlekken mogen niet in elkaar overlopen. Ze moeten rond en goed verdeeld zijn. De ideale doorsnee is twee tot drie centimeter. De vlekken op hoofd, staart en ledematen moeten kleiner zijn.

Maat / gewicht   : Het lichaam moet harmonisch zijn. De ideale maat is voor reuen 56 – 61 centimeter, voor teven 54- 59 centimeter. Het ideale gewicht bedraagt voor reuen ongeveer 27 -32 kg. En voor teven 24 tot 29 kg.

Fouten : Elke afwijking van de voorgaande punten moeten als fout worden beschouwd. De beoordeling daarvan moet in juiste verhouding staan tot de ernst van de afwijking.

Fokuitsluitende fouten : Platen (grote vlekken), monocle (vlek om oog), driekleur/ tricolor ( zwarte en bruine vlekken op een hond), citroenkleurige of bronskleurige vlekken, andere pigmentfouten. Blauwe ogen en glasogen. Uitgesproken onder- en over voorbeet. Doofheid. Entropion (naar binnen krullend ooglid). Uitgesproken angstig of agressief gedrag.
 

De Anatomie van de Dalmatische hond

 
  1. Snuit 8.Onderlip 15. Oor
  2. Neusgaten 9. Mondhoek 16. Oog
  3. Neus 10. Bakken 17. Wenkbrauw
  4. Neusrug 11. Stop 18. Keel
  5. Bovengebit 12. Voorhoofd 19. Hals
  6. Bovenlip 13. Schedel 20. Nek
  7. Ondergebit 14. Achterhoofd  
 

 
 

21. Luchtpijp

33. Buik

45. Nagels
  22. Schoft 34. Lies 46. Croup
  23. Schouder 35. Onderbelijning 47. Dijbeen
  24. Boeggewricht 36. Borstkas 48. kniegewricht
  25. Voorborst 37. Schoudergewricht 49. Achterkniegewricht
  26. Borstkas 38. Opperarm 50. Scheenbeen
  27. Rug 39. Elleboog

51. Sprong

  28. Lendenen 40. Spaakbeen 52. Spronggewricht
  29. Croup 41. Pols 53. Kuit
  30. Staartaanzet 42. Middenvoet 54. Achterpoot
 

31. Staart

43. Voorpoot 55. Wolfsklauen
  32. Flank 44. Voetzolen  

 
De Dalmatische hond

Dalmatische honden zijn vrolijke, nieuwsgierige en beweeglijke honden. Ze blijven energiek tot op late leeftijd. Ze zullen niet tevreden zijn met af en toe een ommetje; ze hebben veel beweging nodig! Ook hebben ze een groot uithoudingsvermogen en mogen dan ook graag een stuk rennen aan de fiets of zwemmen.
 
 
Wanneer ze goed zijn opgevoed, zijn ze in huis over het algemeen wel rustig.
 
Een Dalmaat houdt van gezelschap. Hij kan er beslist niet tegen om hele dagen alleen thuis te zijn. Een Dalmatische hond hecht zich enorm aan zijn baas en zal veel bij hem in de buurt willen zijn.
 
Ook is hij erg sociaal naar andere mensen, kinderen en dieren toe, maar het blijft belangrijk om hem hier van pup af aan mee om te laten gaan.
 
Dalmatische honden hebben een korte, schone vacht, die het hele jaar door verhaart. Daardoor zullen er overal in huis witte haartjes te vinden zijn. Ondanks hun witte vacht, hoeven ze niet vaak in bad.
 
Door hun korte vacht zijn ze niet geschikt om buiten in kennels te houden, maar dat hoeft ook niet, want een Dalmaat is een prima onderdeel van het gezin en is een vriend voor het leven!

 

De Dalmatische hond staat ook bekend om het kunnen ‘lachen’. Voor wie dit nog niet eerder gezien heeft, kan dit dreigend overkomen, want de hond trekt zijn lippen zo op, dat de voortanden bloot komen te liggen! Geen angst, het is van de Dalmaat een manier van onderdanigheid en/ of vriendelijkheid. Niets kwaads in de zin!

eens een spikkel…….
 
Wist u dat een dalmaat wit geboren wordt? Na ongeveer 2 weken komen de vlekken door!
 
Een Dalmaat krijgt tussen de 6 en 12 pups, maar meer of minder kan ook.
 
De draagtijd van de teef is tussen de 54 en 70 dagen, met een gemiddelde van 63 dagen. Als de pups 8 weken oud zijn, mogen ze naar hun nieuwe baasjes.
 
In die acht weken worden ze gewogen, ingeënt, ontwormd, gesocialiseerd gechipt en ingeschreven in het stamboek en met 6 tot 8 weken krijgen ze een doofheids test, de zogeheten BAER test.
 
Doofheid is een rasspecifieke ziekte; door de samenstelling van zijn genetisch materiaal, is de Dalmaat hier uiterst vatbaar voor. In Nederland heeft men met behulp van een streng fokbeleid en puppycontroles deze afwijking redelijk onder controle gekregen, maar bij honden van minder serieuze fokkers en uit het buitenland komt doofheid aan een of beide oren vaak voor. Bij de NCDH moeten ouderdieren voor de dekking getest zijn. Geheel dove puppy`s laat men inslapen, omdat ze tijdens hun leven nauwelijks normaal zullen functioneren, ze kunnen sneller schrikken, kunnen bijna niet los en kunnen gevaar opleveren voor het verkeer. Daarnaast zijn er mensen die al moeite hebben met een normale hond op te voeden, laat staan een dove, en om te voorkomen dat de dove hond al vroeg in een asiel beland. Puppies die aan een oor doof zijn kunnen dat wel, alleen mag met hen niet worden gefokt i.v.m. de erfelijkheid.

 << vorige